verschenen

Wat is de betekenis van verschenen?

verschenen betekent: meervoud verleden tijd van verschijnen

Betekenis

werkwoord
  1. meervoud verleden tijd van verschijnen
  2. woorden met boekreferenties voltooid deelwoord van verschijnen

Voorbeelden van "verschenen" in een zin

  • Wij verschenen.
  • Jullie verschenen.
  • Even rustig als ze was verschenen, verdween ze geruisloos weer de struiken in.
  • Maar ze zei niets, want voor haar geestesoog verschenen de rake potloodlijnen van het gezicht van haar broer.

Betekenis en uitleg van verschenen

Het woord 'verschenen' verwijst naar het verschijnen of zichtbaar worden van iets of iemand. Het kan ook betekenen dat iets is gepubliceerd of uitgebracht, zoals een boek of een artikel.

Je gebruikt 'verschenen' vaak wanneer je het hebt over iets dat recentelijk zichtbaar is geworden of dat voor het eerst aan het publiek is getoond. Dit kan in allerlei contexten, van literatuur tot evenementen. De term heeft vaak een positieve bijklank, omdat het duidt op iets nieuws dat mensen kunnen ontdekken.

Voorbeelden

  • De nieuwe roman van de auteur is eindelijk verschenen en wordt door critici alom geprezen.
  • Na weken van wachten is de update voor de app eindelijk verschenen, met veel verbeteringen.
  • De zon was net verschenen boven de horizon, waardoor de lucht een prachtige oranje tint kreeg.

Woordoorsprong

Het woord 'verschenen' is afgeleid van het werkwoord 'verschijnen', dat zijn oorsprong vindt in het Oudgermaanse 'farskinnan', wat 'zich tonen' of 'tevoorschijn komen' betekent.

Veelgestelde vragen over verschenen

Wat is de betekenis van verschenen?

verschenen betekent: meervoud verleden tijd van verschijnen

Hoeveel betekenissen heeft verschenen?

verschenen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je verschenen in een zin?

Voorbeeld: “Wij verschenen.

Etymologie

*vervoeging van verschijnen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling ij-ee (IPAː /ɛi/ - /e/)