verschotten

/vərˈsxɔtə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel, bouwkunde (handel), (bouwkunde) additionele kosten die een opdrachtnemer moet maken voor de uitvoering van een opdracht
    De kosten zijn begroot op €444,11 aan verschotten.
  2. juridisch (juridisch) (advocatuur) griffierechten, deurwaarderskosten, reis- en verblijfkosten
  3. juridisch (juridisch) (taxateurs, deurwaarders) leges en kadasterkosten betaald bij het uitvoeren van een opdracht
    In zijn nieuwsbrief schrijft KNB-voorzitter Nick van Buitenen medio juli: „Notarissen horen niet te verdienen aan leges en verschotten, die horen één-op-één te worden doorberekend aan onze cliënten. Verdienen doen we met ons honorarium.”

Etymologie

*"verschot" met de uitgang -en