versjteren
/vərˈʃterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bederven (van iets goeds), verstoren (van een gunstige ontwikkeling)Verderop schrijft hij: „Picknickers die op zoek zijn naar het ideaal, zullen alleen genoegen nemen met een perfecte dag.” Hetgeen natuurlijk betekent dat teleurstelling om de hoek ligt. Elk onverwacht bezoek van regen, mieren of luidruchtige mederecreanten zal immers de stemming versjteren.
Etymologie
*van "פֿאַרשטערן" (versjteren) "iemands plezier of vreugde bederven", vergelijk "verstören"; in de betekenis van ‘verknoeien’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek