verslaving

vrouwelijk (de)/vərˈslavɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is
    „Ja, wel degelijk.” Paling pakt de DSM-5, het handboek voor de psychiatrie. „Hierin staan elf criteria en als je er twee binnen een jaar hebt, spreek je van verslaving.” Hij leest wat criteria voor: „Meer gebruiken dan gepland, vergeefs proberen te stoppen, hunkering naar het middel, niet goed kunnen zorgen voor je kinderen, verzuim van werk. Nou, dat zie ik allemaal in mijn spreekkamer.” NRC Karel Berkhout 18 februari 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/18/verslaafd-aan-een-pilletje-voor-het-slapen-a1592642 Verslaafd aan een pilletje voor het slapen ]
    Maar ook schreef ik mijn gedachten op over relaties, emoties, vrouwen, mannen, kinderen, verslaving, angst en haat.
  2. verouderd (verouderd) mensen tot dienstbaarheid dwingen door hen het recht te onthouden over hun eigen leven te beslissen
    Aan zulke mannen zou geen vorst de knieën in den tempel doen buigen en het Te Deum doen zingen, den Russen tot eer en ter herdenking hunner daden. Aan het leger van koning Willem, kwam het toe, dit voorbeeld van verslaving en onwetenheid te geven aan het belgisch leger paste het de menschheid te vertroosten, door een fijn gevoel van betamelijkheid, door eene onweerhouden overeenstemming voor hetgeen schoon en regt is, en door eene zoo schitterende afkeuring der daden van het russisch despotismus.
    {{ouds

Etymologie

* van verslaven , in de verouderde betekenis "gedwongen dienstbaarheid zonder recht over het eigen leven te beslissen" voor het eerst aangetroffen in 1741

Vertalingen

Engelsaddiction
Fransaddiction
Spaansadicción
Italiaansdipendenza
Poolsuzależnienie