verspringen

/vərˈsprɪŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) plotseling een andere stand innemen
    De wijzer van de klok versprong en het nieuwe jaar was een feit.
werkwoord
  1. inerg, sport (inerg), (sport) in een sprong afleggen van een zo groot mogelijke afstand
    Er werd onder andere vergesprongen en hardgelopen.
    Lewis sprong, door de wind geholpen, 8,83m ver.

Etymologie

*[A] van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van "springen"