verspringen
/vərˈsprɪŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) plotseling een andere stand innemenDe wijzer van de klok versprong en het nieuwe jaar was een feit.
werkwoord
- (inerg), (sport) in een sprong afleggen van een zo groot mogelijke afstandEr werd onder andere vergesprongen en hardgelopen.Lewis sprong, door de wind geholpen, 8,83m ver.
Etymologie
*[A] van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van "springen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek