verstoppen
/vər'stɔpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets ~: iets stoppen waar het niet gemakkelijk gevonden zal wordenDe paaseieren waren in de tuin verstopt .
- (erga) een nauwe gang of buis blokkerenDe afvoer van het toilet verstopte doordat er papier in gegooid was dat niet in water uiteenviel.
- (refl) zich ~ een schuilplaats vindenHij had zich achter de bank verstopt.
- enz.
Etymologie
*Afgeleid van stoppen
Vertalingen
Engelshide, stash, plug
Franscacher
Duitsverstecken, verstopfen
Spaansesconder, ocultar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek