vertellen

/vərˈtɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een al of niet ware gebeurtenis verhalen; spreken over een al dan niet ware gebeurtenis
    Een verhaal vertellen.
    Er werd verteld hoe eens een abt verbood in zijn klooster Sinterklaasliedjes te zingen, niettegenstaande de smeekbeden van de monniken.
    Ze had me twee weken eerder verteld over haar leven als kunstenaar op een tropisch eiland in Maleisië.
werkwoord
  1. refl (refl) zich ~ verkeerd tellen, een telfout maken
    Iedereen kan zich vertellen.

Etymologie

*Afgeleid van tellen

Vertalingen

Engelstell, narrate, relate
Fransraconter
Duitserzählen
Spaanscontar, decir, narrar
Zweedsberätta