vervloeken
/vərˈvlukə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een vloek over iemand of iets uitsprekenJob vervloekte de dag dat hij geboren was.Waarschijnlijk was het helemaal niet terecht geweest dat hij de twee Duitse schrijvers had vervloekt die om een of andere reden niet samen in het Grand Hotel in Saltsjôbaden wilden verblijven, zodat een van hen, helaas de bolsjewiek en niet de Nobelprijswinnaar, bij hen thuis in Villa Bellevue moest logeren.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het vervloeken in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*afgeleid van vloeken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek