vervoerscapaciteit
vrouwelijk (de)/vərˈvurskapasiˌtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (transport) het maximale aantal eenheden (voertuigen, vervoerseenheden of voetgangers) dat een doorsnede van de infrastructuur per tijdseenheid kan passeren
- de capaciteit van een vervoermiddel om een hoeveelheid lading te vervoeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek