vervuilen

/vərˈvœylə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bezoedelen met verontreinigingen
    Het overmatig gebruik van kunstmest vervuilde het oppervlaktewater.
  2. erga (erga) het proces van ophoping van gifstoffen
    Dat meer is in de laatste tien jaar erg vervuild.

Etymologie

*afgeleid van vuil en

Vertalingen

Engelspollute
Franspolluer
Duitsverunreinigen, verschmutzen
Spaanscontaminar