vervullen

/vərˈvʏlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) het (doen) uitkomen van een voorspelling of belofte
    Hij vervulde daarmee wat hij eerder toegezegd had.
  2. ov (ov) geheel vullen of doortrekken
    De heerlijke geur vervulde het gehele gebouw.
    'Daar stonden ze, helm aan helm, geweer aan geweer, als in steen gehouwen. Ik werd met trots vervuld dat ik het bevel mocht voeren over een handvol mannen die mogelijk in stukken konden worden gereten maar zich niet lieten overwinnen. Op dit soort momenten triomfeert de menselijke geest over de enorme kracht van de materie.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsfulfill, pervade
Spaanscumplir