verwekken

/vərˈwɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) veroorzaken, doen ontstaan
    En wie zou ’t geloof verhopenKunnen, als hy dede dopenEenig versch geboren kind? Zeker die ’t geloof verwekkenHier in wilde, of zou gekken,Of most wezen mal en blind.
  2. ov, eufemisme, biologie (ov) (eufemisme) (biologie) (een kind) door het deponeren van zijn sperma doen ontstaan
    Hij had een kind bij haar verwekt, maar weigerde zijn verantwoordelijkheden als vader na te komen.

Etymologie

*Afgeleid van wekken , in de betekenis van “veroorzaken scheppen”, voor het eerst aangetroffen in 1631, zie vindplaats hieronder.

Vertalingen

Engelsbeget, sire, spawn
Fransengendrer
Duitserzeugen
Spaansengendrar