verwonden
/vərˈwɔndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) lichamelijk letsel veroorzakenDe pijl verwondde de ruiter.
- (refl) lichamelijk letsel oplopenHij viel in het prikkeldraad en verwondde zich lelijk.
Etymologie
* maar met een klinkerwisseling i-o (ː /ɪ/ - /ɔ/)
Vertalingen
Engelsinjure, hurt, wound
Fransblesser
Duitsverwunden, verletzen
Spaansherir, lesionar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek