verzadigen

/vərˈzadəɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen
    Het leven verzadigt de mens, net als goed eten.
  2. erga (erga) tot de grens bereikt is toenemen
    De markt is nu echt wel verzadigd.

Etymologie

*Afgeleid van het verouderde werkwoord verzaden

Vertalingen

Engelscharge
Spaansahitar