verzamelen

/vərˈzamələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bij elkaar brengen; aan een voorraad toevoegen
    De dorpsbewoners begonnen zich te verzamelen - terugdeinzend als een school vissen zodra Teresa hun kant uit keek.
    Hier en daar gaat het wel even heuvelaf, maar het is te kort om nieuwe energie te verzamelen.
  2. ov (ov) in een collectie samenbrengen
    Postzegels verzamelen was vroeger een geliefde bezigheid van veel mensen.
  3. inerg (inerg) bij elkaar komen
    De dorpsbewoners begonnen zich te verzamelen - terugdeinzend als een school vissen zodra Teresa hun kant uit keek.
    We verzamelden in de Franse Alpen en lieten de auto’s achter, behalve een Renault 4 Station F4.
  4. refl (refl) bij elkaar komen
    Actievoerders van Extinction Rebellion verzamelden zich woensdagochtend eerst op het naastgelegen Malieveld. Rond het middaguur liepen zij naar het begin van de A12 en gingen ze op het wegdek zitten.

Etymologie

*van Middelnederlands "versamelen", in de betekenis van ‘vergaren’ voor het eerst aangetroffen in 1444; op te vatten als afleiding door dissimilatie uit "verzamenen"

Uitdrukkingen

  • moed verzamelenzich ertoe brengen iets te doen wat men niet durft

Vertalingen

Engelsassemble, gather, collect
Fransrassembler, collectionner, venir ensemble
Duitssammeln
Spaansreunir, coleccionar, reunirse