verzekeren

/vərˈzekərə(n)/

Wat is de betekenis van verzekeren?

verzekeren betekent: (ov) verklaren dat iets toekomstigs met zekerheid te verwachten is

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) verklaren dat iets toekomstigs met zekerheid te verwachten is
  2. ov, juridisch, financieel (ov), (juridisch), (financieel) tegen betaling van een (meestal vaste) premie een contract afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij, waarbij bepaald wordt dat bij eventuele schade gedekt zal worden

Voorbeelden van "verzekeren" in een zin

  • Hij verzekerde dat er geen ontslagen zouden vallen.
  • Alsof hij zich verantwoordelijk voelde voor de hele schepping, verontschuldigde hij zich voor de argwaan in de moderne wereld, die hem ertoe verplichtte bepaalde formaliteiten in acht te nemen, maar hij verzekerde mij dat we daar later nog een geschikt moment voor konden vinden, wanneer ik zou zijn uitgerust van mijn verplaatsing.
  • 'Als je zo midden in de nacht naar beneden springt met een parachute, ja ik weet er niets van, maar ik neem aan dat het midden in de nacht moet zijn, dan ben je toch enorm bang?' Hij verzekerde haar dat hij niet bang zou zijn.
  • Zij hadden gelukkig hun reis verzekerd zodat zij bij dat ongeluk hulp konden inroepen.

Betekenis en uitleg van verzekeren

Verzekeren betekent dat je iets veiligstelt of garandeert, vaak in de zin van bescherming tegen risico's. Dit kan zowel financieel zijn, zoals bij een verzekering, als emotioneel, zoals iemand geruststellen over een bepaalde situatie.

Je gebruikt het woord 'verzekeren' vaak in de context van financiële producten, zoals bij het afsluiten van een autoverzekering of zorgverzekering. Het kan ook betrekking hebben op het geruststellen van iemand, bijvoorbeeld door te zeggen dat alles goed komt. De nuance kan liggen in de mate van zekerheid die je biedt; soms gaat het om een formele overeenkomst, terwijl het in andere gevallen meer om persoonlijke beloftes gaat.

Voorbeelden

  • Voordat ik op vakantie ga, wil ik mijn huis goed verzekeren tegen inbraak.
  • Hij probeerde haar te verzekeren dat ze haar examen zou halen, ondanks haar twijfels.
  • Het bedrijf heeft besloten om zijn werknemers te verzekeren tegen ongevallen op de werkvloer.

Woordoorsprong

Het woord 'verzekeren' komt van het Middelnederlandse 'versicren', dat 'bevestigen' of 'garanderen' betekent. Het is verwant aan woorden die ook betrekking hebben op het bieden van zekerheid.

Veelgestelde vragen over verzekeren

Wat is de betekenis van verzekeren?

verzekeren betekent: (ov) verklaren dat iets toekomstigs met zekerheid te verwachten is

Hoeveel betekenissen heeft verzekeren?

verzekeren heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je verzekeren in een zin?

Voorbeeld: “Hij verzekerde dat er geen ontslagen zouden vallen.

Etymologie

*Afgeleid van zekeren .

Vertalingen

Engelsaffirm, assert, assure
Spaansaducir, afirmar, aseverar