verzilveren

/vərˈzɪlvərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver
    Is deze lepel verzilverd of geheel van zilver?
  2. ov (ov) een waardepapier of iets anders dat waarde heeft omzetten in contant geld
    Hij besloot zijn obligatie te verzilveren.
  3. omzetten in iets waardevols dat geen geldelijke waarde heeft
    ‘Meer suers dan soets’(meer zuur dan zoet) is de kenspreuk van de 16-de eeuwse Antwerpse dichteres Anna Bijns. Die kenspreuk is onder andere van toepassing op haar dichterlijke situatie: Bijns werd door de Antwerpse rederijkerskamer erkend en zelfs bewonderd als talentvol en bekwaam dichter, maar mocht dat nooit verzilveren door lidmaatschap ervan. Dat was immers uitsluitend voorbehouden aan mannen. de Standaard 28 januari 2016 Gust Peeters

Etymologie

*Afgeleid van zilver

Vertalingen

Spaansplatear, argentar