vestibule

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimte direct achter de ingang van een gebouw of een huis
  2. anatomie (anatomie) deel van het binnenoor

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorportaal’ voor het eerst aangetroffen in 1782

Vertalingen

Spaansportal, vestíbulo, zaguán