vestibule
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimte direct achter de ingang van een gebouw of een huis
- (anatomie) deel van het binnenoor
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorportaal’ voor het eerst aangetroffen in 1782
Vertalingen
Spaansportal, vestíbulo, zaguán
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek