vestigen

/ˈvɛstəɣə(n)/

Wat is de betekenis van vestigen?

vestigen betekent: stichten, beginnen, oprichten

Betekenis

werkwoord
  1. stichten, beginnen, oprichten
  2. richten.
  3. refl (refl) zich ~ (van personen): er gaan wonen

Voorbeelden van "vestigen" in een zin

  • Een kantoor vestigen.
  • De herinnering aan de Nationale 7 wordt ook levend gehouden in kleine musea, vaak gerund door vrijwilligers. In een oude garage in Piolenc bij Orange is een charmant museum gevestigd met oude auto's, foto's, reclameborden en andere memorabilia.
  • De aandacht vestigen.
  • Zij vestigden zich bij de grootouders.
  • We zaten een paar minuten zwijgend naast elkaar te roken op de trappen naar de weelderige entree van het ooit grandioze hotel waar ik van plan was mij voorlopig te vestigen, toen hij het woord tot mij richtte.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stichten, nederzetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1323

Vertalingen

Engelsestablish, focus, settle
Fransfonder, établir, fixer
Duitsgründen, errichten, lenken
Spaansestablecer, fundar, fijar
Zweedsöppna