veter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie), (schoeisel) een rijgkoord of rijgsnoer om delen van kledingstukken, schoeisel, zeilen ed. vaak tijdelijk en min of meer strak, aan elkaar te rijgen.De eindjes van een veter zijn meestal verhard, of zijn voorzien van veterstiften of maliën, zodat ze gemakkelijk door de nestelgaten zijn te steken en niet uitrafelen tot een “kwast”.
Etymologie
* In de betekenis van ‘koord’ voor het eerst aangetroffen in 1191
Vertalingen
Engelsshoelace
Franslacet
DuitsSchnürsenkel
Spaanscordón
Italiaansstringa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek