vetzak
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zak(je) met vet
- (figuurlijk) (scheldwoord) een dik persoon of dier
Etymologie
*Waarschijnlijk een leenvertaling van Duits "Fettsack"
Vertalingen
Engelsfat pocket, tubby, fatso
Franspoche de graisse, gros lard
DuitsFettsack, Fettsack, Fettwanst
Spaansgordinflón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek