vicaris

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) plaatsvervanger en assistent van een bisschop
    Volgens gerechtelijke vicaris Paolo Rigon zijn dergelijke moederskindjes soms 'niet in staat aan huwelijkse plichten te voldoen'. Wanneer 'voor elk besluit of elke actie die je als stel wilt ondernemen, goedkeuring aan de ouder wordt gevraagd', kan dat reden zijn om een huwelijk als ongeldig te zien.de Telegraaf 04 jan. 2016
  2. religie, beroep (religie) (beroep) plaatsvervanger van een dominee
    Hurkmans zegt in de brief komende tijd leiding te blijven geven, maar de uitvoering van het werk aan hulpbisschop Rob Mutsaerts, vicaris-generaal Ron van den Hout en de andere stafleden over te laten.de Telegraaf 12 sep. 2015
    Teleurgesteld is Gaalman over het gebrek aan medewerking van vooral pastor Bernard Reerink en vicaris Ronald Cornelissen. Terwijl de pastor heeft aangegeven zich afzijdig te willen houden, bleef de vicaris de afgelopen maanden onbereikbaar voor Gaalman. Reden voor deze 'goedwillende Plechelmusparochiaan'om zijn pogingen te staken om een adviesraad van de grond te krijgen.Tubantia Stephan Scheper 10-DECEMBER-2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plaatsvervanger van bisschop of pastoor’ voor het eerst aangetroffen in 1240