video

mannelijk (de)/ˈvidejo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektronica (elektronica) techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
    Je kan de presentaties door middel van video volgen.
  2. communicatie (communicatie) videofilm of videoband
    Ik heb een video voor de kinderen meegenomen.
    Je moet echt je video's over gaan zetten naar dvd, hoor!
  3. videorecorder
    Wij hebben nog een ouderwetse video thuis.

Etymologie

*van """, dat naar het voorbeeld van "audio" is gevormd uit Latijn "video" "ik zie"

Vertalingen

Spaansvídeo, aparato de vídeo, vídeo