viezerik

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van viezerik?

viezerik betekent: (pejoratief) onhygiënisch, vies persoon

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) onhygiënisch, vies persoon
  2. pejoratief (pejoratief) onzedelijk persoon

Voorbeelden van "viezerik" in een zin

  • Ik ben geen viezerik die de hele week in dezelfde kleren loopt.
  • De oude viezerik staat stiekem te gluren.

Betekenis en uitleg van viezerik

Het woord 'viezerik' verwijst naar iemand die zich op een onhygiënische of onsmakelijke manier gedraagt, vaak met een negatieve bijsmaak. Het kan ook gebruikt worden voor mensen die zich niet netjes kleden of hun omgeving verwaarlozen.

Je kunt 'viezerik' gebruiken als je iemand wilt beschrijven die bijvoorbeeld altijd met vieze handen aankomt of die nooit de moeite neemt om zich schoon te maken. Het woord kan ook in een bredere zin worden gebruikt om te verwijzen naar mensen met een onaangename of onhygiënische levensstijl. Het heeft vaak een denigrerende connotatie, dus gebruik het met zorg.

Voorbeelden

  • Die viezerik heeft weer zijn rommel overal laten rondslingeren.
  • Na een dag in de modder was hij echt een viezerik, met aarde op zijn gezicht en kleding.
  • Ze had geen zin om met die viezerik uit te gaan, omdat hij altijd zo slordig en ongezond leek.

Woordoorsprong

De oorsprong van 'viezerik' komt van het Nederlandse woord 'vies', dat 'smerig' of 'onhygiënisch' betekent, met een verkleinwoordvorm die een meer informele of spottende toon geeft.

Veelgestelde vragen over viezerik

Wat is de betekenis van viezerik?

viezerik betekent: (pejoratief) onhygiënisch, vies persoon

Hoeveel betekenissen heeft viezerik?

viezerik heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft viezerik?

viezerik is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van viezerik?

Synoniemen van viezerik zijn: viezerd.

Hoe gebruik je viezerik in een zin?

Voorbeeld: “Ik ben geen viezerik die de hele week in dezelfde kleren loopt.

Etymologie

*Afgeleid van vies .