vijg

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɛix/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) peervormige, zoete vrucht met eetbare zaden van de vijgenboom
zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort boom,

Etymologie

*(m): (verkorting) van "vijgenboom"

Vertalingen

Engelsfig
Fransfigue
DuitsFeige
Spaanshigo, brevo
Italiaansfico
Portugeesfigo
Turksincir
Poolsdaktyl
Deensfigen