vis-à-vis

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌvizaˈvi/

Wat is de betekenis van vis-à-vis?

vis-à-vis betekent: direct tegenover

Betekenis

voorzetsel
  1. direct tegenover
  2. ten aanzien van
zelfstandig naamwoord
  1. iemand die direct tegenover zit of staat
  2. toestand waarin men recht tegenover elkaar zit of staat
  3. geschiedenis (geschiedenis) bankje met S-vormige leuning waarop twee mensen tegenover elkaar kunnen zitten
  4. geschiedenis (geschiedenis) rijtuig waarin twee passagiers tegenover elkaar zitten
  5. geschiedenis (geschiedenis) type auto waarin de passagiers tegenover elkaar zitten
zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) klavecimbel voor twee bespelers die tegenover elkaar zitten, elk met een eigen klavier
  2. tegenover elkaar

Voorbeelden van "vis-à-vis" in een zin

  • Vol vertrouwen liep hij het zaaltje in en ging vis-à-vis de examinator zitten.
  • Zijn opvattingen vis-à-vis het communisme veranderden niet.
  • Tijdens de treinreis had hij een boeiend gesprek met zijn vis-à-vis.
  • De vis-à-vis met zijn ondervrager duurde eindeloos.

Etymologie

#direct tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe

Vertalingen

Fransvis-à-vis