visbak

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bakken waarin vis bewaard kan worden
    Ja, er waren al de ‘strandkliffen’ die ontstonden door het stormweer aan onze kust tijdens de kerstvakantie. Maar er zijn ook ‘afvaleilanden’ ontstaan op het zand: hopen scheepstouw, visbakken, plastic, dopjes, blikjes, rietjes, flessen, ballonnen, ... De Standaard 10/01/2018 om 08:07 door tlb [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180110_03290225 Stormachtig weer maakt stort van Vlaamse stranden]
    Deze Nederlander zag er niet uit als de andere Nederlanders. Hij was kort, breed en kaal. Ik bekeek hem eens goed en herkende opeens in hem een collega van de visafslag. Hij gaf ons alle drie een hand en stelde zich voor. Joost was zijn naam. Joost de Grijper. „Wij vis”, zei ik en wees naar Moustafa, Kemal en mijzelf. Ter verdere verduidelijking deed ik alsof ik visbakken op elkaar stapelde. NRC Driss Tafersiti 18 juni 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/06/18/zangeres-zonder-naam-11742887-a405960 Zangeres Zonder Naam]