viseren

/vi.ˈse.rə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov): (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen
  2. inerg (inerg): mikken met een vuurwapen
  3. inerg (inerg): beogen (Belgisch-Nederlands)
  4. in het oog houden (Belgisch-Nederlands)

Etymologie

*afgeleid van het Franse viser () [https://fr.wiktionary.org/wiki/viser Wiktionnaire]

Vertalingen

Fransviser
Duitsbeglaubigen, bestätigen, anvisieren
Spaansvisar