viseren
/vi.ˈse.rə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov): (m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen
- (inerg): mikken met een vuurwapen
- (inerg): beogen (Belgisch-Nederlands)
- in het oog houden (Belgisch-Nederlands)
Etymologie
*afgeleid van het Franse viser () [https://fr.wiktionary.org/wiki/viser Wiktionnaire]
Vertalingen
Fransviser
Duitsbeglaubigen, bestätigen, anvisieren
Spaansvisar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek