visfilet

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. consumptievis waaruit de graten zijn verwijderd
    Ik koos een visfilet van de grote kaart.
    Wij kennen in onze tijd het zogenoemde ‘lekkerbekje’: gebakken of gefrituurde gepaneerde visfilet. Waarschijnlijk - ik kom er niet achter - zou de naam na de Tweede Wereldoorlog zijn bedacht door iemand van een viskraam in IJmuiden.

Vertalingen

Engelsfillet of fish
DuitsFischfilet