vismijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvɪsmɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een instelling die bemiddelt in de verkoop van gevangen vis aan de handelaar
    De Urker vissersvloot vaart niet uit en de vismijn blijft tot nader order gesloten. Dat hebben 200 actievoerende vissers op Urk vandaag in een vergadering besloten. Zij zijn het niet eens met de lage marktprijzen voor tong en schol, die onder de kostprijs zou blijven. Het Parool 17 MAART 2014 [https://www.parool.nl/binnenland/vissers-urk-sluiten-vismijn-en-varen-niet-uit~a3616021/ Vissers Urk sluiten vismijn en varen niet uit]
    De uitbaters zeggen een van de mooiste panden van Gent in handen te hebben. ‘Maar we beseffen dat het imago slecht is. Daarom overwegen we om het woord Vismijn overboord te gooien.’ Een ander probleem is de bereikbaarheid. Iedereen kent het prachtige terras langs het water. Maar wie weet waar de voordeur is? ‘Ook daarvoor zoeken we oplossingen. We denken aan shuttlebootjes. Of waarom geen klanten oppikken met elektrische wagens?’ De Standaard 14 MEI 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180513_03511226 Oude Vismijn krijgt nieuw leven met niet één, maar twee restaurants]

Vertalingen

Engelsfish market