visserij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vangen van vis of andere organismen (weekdieren, schaaldieren, schelpdieren, zoogdieren, algen, zeewier) uit het water, al of niet als broodwinningIn de visserij wordt al geëxperimenteerd met het gebruik van pingers.[https://www.trouw.nl/home/bruinvis-weet-hollandse-noordzee-weer-te-vinden~aca61b72/ Bruinvis weet Hollandse Noordzee weer te vinden], Trouw, 16 juli 2013
Etymologie
* van vissen of afgeleid van visser
Vertalingen
Spaansexplotación pesquera, pesca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek