visstick

mannelijk (de)/ˈvɪstɪk/

Wat is de betekenis van visstick?

visstick betekent: (voeding) rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis in (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis in (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren

Voorbeelden van "visstick" in een zin

  • Want Nederlanders eten überhaupt erg weinig vis en schaal- en schelpdieren. Wat we wél eten is zalm, bliktonijn, pangasius en vissticks, schreven onderzoekers van de Universiteit Wageningen in 2014 een artikel over visconsumptie.
  • {{ouds|1996

Betekenis en uitleg van visstick

Een visstick is een gefrituurde of gebakken reep van vis, vaak omhuld met een krokant laagje paneermeel. Het is een populaire snack of maaltijd die vaak in de diepvries te vinden is en snel te bereiden is.

Vissticks zijn vooral geliefd bij kinderen en worden vaak geserveerd met frietjes of een frisse salade. Ze zijn gemakkelijk te bereiden, waardoor ze ideaal zijn voor drukke doordeweekse avonden. Hoewel ze vaak als fastfood worden gezien, kunnen ze ook een bron van eiwitten en omega-3 vetzuren zijn, afhankelijk van de gebruikte vissoort.

Voorbeelden

  • Na een lange werkdag besloot ik vissticks te maken voor het avondeten, omdat het snel en lekker is.
  • De kinderen waren dol op de zelfgemaakte vissticks, die ik serveerde met tartaar saus.
  • Tijdens de barbecue besloot ik creatief te zijn en vissticks te grillen voor een verrassend hapje.

Woordoorsprong

Het woord 'visstick' is een samenvoeging van 'vis' en 'stick', waarbij 'stick' verwijst naar de lange, rechthoekige vorm van het product.

Veelgestelde vragen over visstick

Wat is de betekenis van visstick?

visstick betekent: (voeding) rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis in (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren

Welk woordgeslacht heeft visstick?

visstick is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je visstick in een zin?

Voorbeeld: “Want Nederlanders eten überhaupt erg weinig vis en schaal- en schelpdieren. Wat we wél eten is zalm, bliktonijn, pangasius en vissticks, schreven onderzoekers van de Universiteit Wageningen in 2014 een artikel over visconsumptie.

Etymologie

* , vanaf 1964 onder het merk in Nederland op de markt gebracht (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsfish finger, fish stick
Fransbâtonnet de poisson
DuitsFischstäbchen
Spaanspalito de pescado
Japans白身魚のフライ
Poolspaluszki rybne
Zweedsfiskpinnar