visum

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van visum?

visum betekent: een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven, afgegeven door het betreffende land.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven, afgegeven door het betreffende land.
  2. het bewijs dat een architect is ingeschreven bij de Orde van Architecten.

Voorbeelden van "visum" in een zin

  • Om sommige landen binnen te reizen is er een visum nodig.
  • Stap voor stap kon ik nalezen hoe zij haar Amerikaanse visum had geregeld, welke telefoonprovider het meest geschikt was en welke uitrusting ze had aangeschaft.
  • Vervolgens duurt het drie maanden voor je alles rondom visums en vergunningen hebt uitgezocht.

Etymologie

* In de betekenis van ‘reisvergunning’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Vertalingen

Engelsvisa, visé
Spaansvisado