visum
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van visum?
visum betekent: een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven, afgegeven door het betreffende land.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven, afgegeven door het betreffende land.
- het bewijs dat een architect is ingeschreven bij de Orde van Architecten.
Voorbeelden van "visum" in een zin
- Om sommige landen binnen te reizen is er een visum nodig.
- Stap voor stap kon ik nalezen hoe zij haar Amerikaanse visum had geregeld, welke telefoonprovider het meest geschikt was en welke uitrusting ze had aangeschaft.
- Vervolgens duurt het drie maanden voor je alles rondom visums en vergunningen hebt uitgezocht.
Etymologie
* In de betekenis van ‘reisvergunning’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Vertalingen
Engelsvisa, visé
Spaansvisado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek