vitaal

Wat is de betekenis van vitaal?

vitaal betekent: vol levenskracht

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. vol levenskracht
  2. van levensbelang

Voorbeelden van "vitaal" in een zin

  • Hij is een vitale ouwe baas.
  • Het behoud van dat steunpunt was van vitaal belang voor de oorlogsvoering.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘levenskrachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1553