vitaal
Wat is de betekenis van vitaal?
vitaal betekent: vol levenskracht
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- vol levenskracht
- van levensbelang
Voorbeelden van "vitaal" in een zin
- Hij is een vitale ouwe baas.
- Het behoud van dat steunpunt was van vitaal belang voor de oorlogsvoering.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘levenskrachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek