vitter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die (steeds) vit, een raisonneur, haarklover, drammer, muggenzifter
Etymologie
*afgeleid van vitten
Vertalingen
Engelshair-splitter, niggler, nit-picker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek