vizier

onzijdig (het)/viˈzir/

Wat is de betekenis van vizier?

vizier betekent: (militair) richttoestel op de loop van een vuurwapen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) richttoestel op de loop van een vuurwapen
  2. militair, historisch (militair) (historisch) klep aan een hoofddeksel of opening in een helm waar men doorheen kan kijken
  3. in het vizier hebben: je richten op een haalbaar doel, (van personen) als doelwit (van een aanval, acquisitie, kritiek, wantrouwen, e.d.) nemen
zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) minister of hoog staatsdienaar, rechterhand onder een Oosters heerser zoals een sultan (meestal voorafgegaan door "primo", "groot", "eerst")

Voorbeelden van "vizier" in een zin

  • Wat wel gheoeffent schutter mach nu dese engheyt misprijsen? Of wie soude den Leering een ruymer Visier of kijckgat op sijne Busse willen maken tot voorderinge van sijn wel schieten?
  • Hij had 'm in het vizier.
  • Nichanor sette hem ter werenEnde stakene doe vele sciereMettien spere dor die visiereDor den nese in bede doghen.
  • ,,We zitten in een heel goede fase”, aldus Hulshoff. ,,Zeker als je ziet waar we vandaan komen. Natuurlijk hebben we, toen het sportief minder goed ging, ook gedacht: verdikke, zou het erin zitten? Maar we hebben voor Jupiler League-begrippen gewoon een hartstikke goede ploeg.” Cambuur staat momenteel elfde in de Jupiler League, maar heeft inmiddels de subtop in het vizier. Tubantia Sander de Vries 29-01-18 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/hulshoff-wij-gaan-ons-niet-verstoppen-in-enschede~ac61aa56/ Hulshoff: Wij gaan ons niet verstoppen in Enschede]
  • Wat wel gheoeffent schutter mach nu dese engheyt misprijsen? Of wie soude den Leering een ruymer Visier of kijckgat op sijne Busse willen maken tot voorderinge van sijn wel schieten?

Etymologie

*[B] via "vizir", "وزیر" (vezir) of "وزیر" (vazir) van "وزیر" (wazīr) “zaakgelastigde”; in de betekenis van ‘grootwaardigheidsbekleder’ aangetroffen vanaf 1622 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsgunsight, sight, visor
Fransviseur, visière, avoir dans le collimateur
DuitsVisier, im Visier haben, Wesir
Spaansalza, visera, tener en el punto de mira
Italiaansmirino, visiera
Arabischمهداف