vizier
onzijdig (het)/viˈzir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) richttoestel op de loop van een vuurwapenWat wel gheoeffent schutter mach nu dese engheyt misprijsen? Of wie soude den Leering een ruymer Visier of kijckgat op sijne Busse willen maken tot voorderinge van sijn wel schieten?Hij had 'm in het vizier.
- (militair) (historisch) klep aan een hoofddeksel of opening in een helm waar men doorheen kan kijkenNichanor sette hem ter werenEnde stakene doe vele sciereMettien spere dor die visiereDor den nese in bede doghen.
- in het vizier hebben: je richten op een haalbaar doel, (van personen) als doelwit (van een aanval, acquisitie, kritiek, wantrouwen, e.d.) nemen,,We zitten in een heel goede fase”, aldus Hulshoff. ,,Zeker als je ziet waar we vandaan komen. Natuurlijk hebben we, toen het sportief minder goed ging, ook gedacht: verdikke, zou het erin zitten? Maar we hebben voor Jupiler League-begrippen gewoon een hartstikke goede ploeg.” Cambuur staat momenteel elfde in de Jupiler League, maar heeft inmiddels de subtop in het vizier. Tubantia Sander de Vries 29-01-18 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/hulshoff-wij-gaan-ons-niet-verstoppen-in-enschede~ac61aa56/ Hulshoff: Wij gaan ons niet verstoppen in Enschede]Wat wel gheoeffent schutter mach nu dese engheyt misprijsen? Of wie soude den Leering een ruymer Visier of kijckgat op sijne Busse willen maken tot voorderinge van sijn wel schieten?Clinton Mata heeft intussen aangegeven dat hij Club Brugge graag wil verlaten. De verdediger hoopt op een stap hogerop en verschillende Bundesliga-clubs hebben hem in het vizier.
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) minister of hoog staatsdienaar, rechterhand onder een Oosters heerser zoals een sultan (meestal voorafgegaan door "primo", "groot", "eerst")overmits sy desen teghenwoordighen soldaen hebben willen of setten, daer teghens sich alleene ghestelt heeft den Ianitzer Aga, waer over men een ander Primo Vizier geordonneert, ende des Soldaens Regieringhe op 6. Iaren gheconfirmeert heeft.
Etymologie
*[B] via "vizir", "وزیر" (vezir) of "وزیر" (vazir) van "وزیر" (wazīr) “zaakgelastigde”; in de betekenis van ‘grootwaardigheidsbekleder’ aangetroffen vanaf 1622 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelsgunsight, sight, visor
Fransviseur, visière, avoir dans le collimateur
DuitsVisier, im Visier haben, Wesir
Spaansalza, visera, tener en el punto de mira
Italiaansmirino, visiera
Arabischمهداف
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek