vlerk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvlɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) brutaal/onbeleefd/horkerig iemandJe weet het natuurlijk niet zeker, maar in de reacties op de online necrologieën lijkt een andere generatie aan het woord: „De man was domweg een arrogante vlerk”, schrijft iemand in de FAZ, „met zijn morele superioriteit en zijn ‘verheven’ wereldbeeld”.NRC Paul Luttikhuis 14 april 2015
- "vleugel" [1]
- (anatomie), (dysfemisme) "hand" [1]Blijf er met je vlerken af!
Etymologie
* In de betekenis van ‘vleugel’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek