vlok

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een samenhangend hoopje van sneeuw of andere lichte stof
    Het sneeuwde met vele vlokken tegelijk.

Etymologie

* Uit het Middelnederlands vloc en vlocke, uit het Middelnederduits vlocke, uit het Germaans.

Vertalingen

Engelsflake
Fransflocon
DuitsFlocke
Spaanscopo