vlotheid

vrouwelijk (de)/ˈvlɔthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vaaart, snelheid
  2. vermogen zich snel en gemakkelijk te verplaatsen
  3. vermogen zich gemakkelijk te uiten
  4. vermogen soepel met anderen om te gaan

Etymologie

*afgeleid van vlot (bijvoeglijk naamwoord)