vluchtstrook
vrouwelijk (de)/ˈvlʏxtstrok/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) (Nederland) een door een doorgetrokken streep gemarkeerd afgescheiden gedeelte van de rijbaan op de autosnelweg of autoweg, bedoeld voor noodsituaties.
Vertalingen
Engelshard shoulder
Fransbande d'arrêt d'urgence
DuitsSeitenstreifen
Spaansarcén
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek