voeg

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een overgang tussen twee materialen
    De voeg was nog niet afgewerkt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘naad waar stenen bijeenkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1522

Uitdrukkingen

  • uit zijn voegen barstenovervol raken

Vertalingen

Engelsseam
Spaansjunta, sutura, unión