voeg
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een overgang tussen twee materialenDe voeg was nog niet afgewerkt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘naad waar stenen bijeenkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1522
Uitdrukkingen
- uit zijn voegen barsten — overvol raken
Vertalingen
Engelsseam
Spaansjunta, sutura, unión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek