voelen
/ˈvulə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of drukIk voelde dat de bal hard tegen mijn achterhoofd aanvloog.Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.
- gewaarworden met de geestHet voelde bijna alsof er een diepere betekenis achter zat.
- (refl) zich ~ een bepaald gevoel hebbenHij voelde zich niet erg behaaglijk.Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.Langzamerhand kwam ik in een gestage cadans en ik begon me steeds meer op mijn gemak te voelen in deze omgeving.
Etymologie
* In de betekenis van ‘via tastzin gewaarworden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Uitdrukkingen
- Ergens belangstelling of gevoel voor hebben.
Vertalingen
Engelsfeel, sense
Franssentir
Duitsanfühlen, empfinden
Spaanssentir, percibir
Poolsczuć
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek