voeteren

/vuˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) te voet gaan.
    Als onze fiets stuk is, dan moeten we wel voeteren.
  2. erga (erga) te voet ergens heen gaan.
    Hij is van Amsterdam naar Utrecht gevoeteerd.- {{Weiland

Etymologie

*Afgeleid van voet , dat ontstaan is uit de infinitief van Franse leenwoorden maar in sommige gevallen ook aan erfwoorden gehecht wordt.

Vertalingen

Engelsgo on foot
Fransaller à pied
Duitszu Fuß gehen
Spaansir a pie, ir a gamba