voeteren
/vuˈterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) te voet gaan.Als onze fiets stuk is, dan moeten we wel voeteren.
- (erga) te voet ergens heen gaan.Hij is van Amsterdam naar Utrecht gevoeteerd.- {{Weiland
Etymologie
*Afgeleid van voet , dat ontstaan is uit de infinitief van Franse leenwoorden maar in sommige gevallen ook aan erfwoorden gehecht wordt.
Vertalingen
Engelsgo on foot
Fransaller à pied
Duitszu Fuß gehen
Spaansir a pie, ir a gamba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek