voetgangersbrug
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvutxɑŋərzˌbrʏx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) constructie om gemakkelijk naar de andere kant van een water, diepte of weg te lopenIn Katwijk is een tijdelijke voetgangersbrug ingestort nadat een kiepwagen tegen de constructie reed.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek