Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

vogelgriepgolf

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tijdfelijke plotselinge toename van het aantal vogels met vogelgriep
    De grootste vogelgriepgolf ooit duurt nu al ruim een jaar, en dat is voor het eerst. In Europa is het virus in 37 landen aangetroffen. De landen met de meeste besmettingen zijn Frankrijk, Duitsland en Nederland. De ziekte heeft zich voor het eerst ook onder wilde vogels enorm snel verspreid.