vogels
/ˈvoɣəls/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klasse uit de chordadieren (), warmbloedige dieren met een skelet en veren waarvan de twee voorste ledematen zich tot vleugels hebben ontwikkeldVogels hebben relatief veel energie nodig: meer dan spinnen. Wereldwijd verbruiken ze net zoveel energie per jaar als de stad New York.
Uitdrukkingen
- Vogels van diverse pluimage — mensen met allerlei diverse achtergronden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek