volière

mannelijk/vrouwelijk (de)/vɔlˈjɛːrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote en ruime kooi voor vogels of vlinders.
    In de volière zaten 20 vogels.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vogelhuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1694