volk
onzijdig (het)/ˈvɔlᵊk/
Wat is de betekenis van volk?
volk betekent: een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
- de inwoners van een land
- de lagere klassen
- een aantal mensen
- een groep insecten die in hetzelfde nest wonen
Voorbeelden van "volk" in een zin
- Maar door Andrew leerde ik dat merkwaardige volk kennen.
- Fysieke ontplooiing en ontwikkeling was een doorslaggevend onderdeel van een doordacht programma van nationale vorming (Bildung), evenzeer als de bestudering van wat als nationale geschiedenis van het Duitse volk werd beschouwd in de negentiende eeuw.
- Het Franse volk steunt zijn president.
- Wandelend door de vele kleine bergdorpjes langs de trail heb ik het Amerikaanse volk leren kennen als vriendelijk, respectvol en opvallend gastvrij.
- Niet wanneer hij met zijn gedachten bij het volk was.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stam, bewoners van een staat’ voor het eerst aangetroffen in 901
Uitdrukkingen
- Hoe later op de avond hoe schoner volk
Vertalingen
Engelspeople, people, people
Franspeuple, gens
DuitsVolk, Volk, Leute
Spaanspueblo, gente, enjambre
Italiaanspopolo, popolo, gente
Portugeespovo, povo, pessoa
Russischнарод, нация, народ
Poolslud, naród
Zweedsfolk, folk, folkslag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek