volksmuziek
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- traditionele muziek die een rituele of functionele rol speelt in een bepaalde cultuur (dansmuziek, feestmuziek, werkmuziek)Beide bands staan bekend om het combineren van punkrock met Ierse volksmuziek. Daarmee zijn ze iedere zomer vaste namen op verschillende festivals. Voor de nieuwe tour door Europa besloten de bands om de handen ineen te slaan en met elkaar op te treden.de Telegraaf 14 okt. 2017Tijdens de muzieklessen werd er twee weken lang Hongaarse muziek gespeeld, zowel klassiek als volksmuziek.
- populaire muziek voor het 'gewone' volkJan Smit kan volgend jaar zijn tweede Edison in de wacht slepen. De Volendammer is genomineerd in de categorie volksmuziek. Jan neemt het op tegen André Hazes jr. en Stef Ekkel.de Telegraaf 15 dec. 2016De Haagse zanger Tino Martin werd tot nieuwe koning gekroond van de Volksmuziek. de Telegraaf 22 mrt. 2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘regionale muziek’ voor het eerst aangetroffen in 1862
Vertalingen
Engelsfolk-music
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek