volkstelling

vrouwelijk (de)/'vɔlkstɛlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. statistiek (statistiek) een vaststelling, door of namens de overheid, van de bevolkingsgrootte van een bepaald gebied, meestal een land, waarbij tevens een aantal andere, structurele kenmerken onderzocht worden, zoals leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, godsdienst, gezinsverband en beroepswerkzaamheid
    Bij de volkstelling van 1849 meldde vrijwel iedereen tot een kerkgenootschap te behoren. Nederland was 100 procent religieus. In 1879 waren er de eerste tekenen van ontkerkelijking in Friesland en Groningen. Vanaf 1999 neemt de kerkelijkheid in vrijwel alle provincies af.de Telegraaf 11 jul. 2017
    Bij de laatste volkstelling in 2010 had Dixville Notch twaalf inwoners, Hart's Location had er 41. De uitslag in de twee plaatsen wordt doorgaans bekendgemaakt enkele minuten nadat de stembussen zijn geopend.de Telegraaf 08 nov. 2016

Vertalingen

Engelscensus, population census, population survey